Oh ja
zo heb ik je gekend
jij tussen brandende netels
hagen van eigenbelang
terwijl anderen afgunstig madrigalen zongen
heb ik mijn huid verteerd
tot een hagedis geschubd
hoe ik je terug vroeg,lispelend vloekte
en waarom ik je weefde in mijn naakte speelhoek
herinner ik me niet meer
maar zoals je tegen mijn gehemelte kleeft
Je huid nog amper aan het bladgoud
roep ik de roest uit mijn ogen
slaap ik in je zoute kom
wankel
en wenk mijn trage kraanvogels .
epiloog: die lustgarten ist ein boulevard meiner geliebte
jan Anton gilles 9 /03/2009

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home